PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

TPC Archief

De toekomst is nu

Door Harry ter Braak
Laatste bijgewerkt op maandag 02 december 2019 om 15.37
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

Jan Rotmans gaat in op de omwenteling van mensen, organisaties en samenleving en heeft  zijn focus vooral gericht op maatschappelijke technologische en economische ontwikkelingen. Albert Jan Kruiter, Femmianne Bredewold en Marcel Ham bespreken met de hulp van vele medeauteurs hoe de verzorgings­staat verbouwd wordt en hebben hun focus op het sociale domein. Jan Herman de Baas beschrijft wat er van overheidsorganisaties en professionals gevraagd wordt. Hij maakt net als in beide andere boeken de consequenties van alle veranderingen voor professionals, managers, bestuurders en hun organisaties concreet. Het gaat bij alle drie niet meer om straks, maar om nu.

Omwenteling van ­mensen, organisaties en samenleving

Jan Rotmans, Antwerpen: De Arbeiderspers, 157 blz., ISBN 9789029520379

Jan Rotmans legt ons uit dat we in een revolutionair tijdperk leven. En vraagt zich af hoe we dat kunnen overleven. Een ernstig fietsongeluk heeft hem zelf geleerd wat transformeren kan betekenen voor mensen. Hij maakt daarbij met aansprekende verhalen de verbinding tussen hoofd, hart en handen. Eerst beschrijft hij de maatschappelijke omwenteling, dan de organisatorische omwenteling om te eindigen bij de menselijke omwenteling. Er ontwikkelt zich van onderaf een samenleving met nieuwe waarden en vormen van solidariteit. Hij toont zich optimistisch en pessimistisch tegelijkertijd.

De silo’s van monodisciplines brokkelen af. Multidisciplinariteit en circulariteit ontwikkelen zich. Oude machtsposities brokkelen af en nieuwe vestigen zich. De beweging komt van onderop. Kenmerkende oude waarden als effectiviteit, efficiency, rendement, controle en beheersing verliezen hun waarde; die horen bij de vorige eeuw. Nieuwe leidende paradigma’s tekenen zich af. Dan gaat het om waarden toevoegen, in plaats van waarden ontlenen. Van bezit naar gebruik, van zelfredzaamheid naar samenredzaamheid.

De tijd lijkt rijp voor een Transitiewet Nieuwe Economie. De visionaire econoom Jeremy Rifkin en zijn team hebben twee jaar lang gewerkt aan een ambitieus plan voor de regio Rotterdam-Den Haag. Via een integrale systeembenadering zijn doelen (schoon, slim, circulair, decentraal en zo inclusief mogelijk) gekoppeld aan vijf transitiepaden en een portfolio aan projecten. Vol wordt ingezet op de nieuwe economie. Er is een transitiegroep, een soort transitiearena als lerend netwerk, met koplopers uit alle sectoren. Lange en korte termijn worden gekoppeld.

De nieuwe tijd vraagt om een andere hiërarchie, niet verticaal maar horizontaal, niet hiërarchisch maar organisch, niet log maar wendbaar. Ze werkt op basis van een aantal basisprincipes; eenvoudig georganiseerd, mensen begrijpen, multidisciplinair, lerend en op basis van vertrouwen. De politie, de zorg, woningcorporaties, banken, het havenbedrijf Rotterdam; ze worden besproken. Rotmans adviseert te starten vanuit een smal en diep draagvlak, het schier ondenkbare te oefenen, gebruik de zekerheid van onzekerheid, het sturen op de onzekerheid en de stap maken van omdenken naar omdoen. De persoonlijke transformaties van een zorgondernemer, een schoolleider, een ambtenaar, een manager, een politica, een student en een bankier krijgen aandacht. Steeds weer moeten mensen hun angsten overwinnen. Het zit in de mensen zelf.

Rotmans, hoogleraar duurzaamheid en transities aan de Erasmus Universiteit, laat de lezer een boeiend perspectief op de veranderingen zien waar we in zitten, en waar je als bestuurder en manager in het publieke domein beslist kennis van moet nemen als je zelf aan de slag wilt met de veranderingen die onvermijdelijk zijn.


Hoe de verzorgingsstaat verbouwd wordt – Kroniek van een verandering

Albert Jan Kruiter, Femmianne Bredewold & Marcel Ham (red), Amsterdam: van Gennep, 2016, ISBN9789461644152

In 2015 begon een ingrijpende verbouwing van de verzorgingsstaat. Gemeenten werden verantwoordelijk voor de nieuwe Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (wmo).

Met de hulp van meer dan twintig auteurs brengen de redacteuren in beeld hoe er gekeken kan worden naar het ‘overgangsjaar’ 2015 bij de decentralisaties in het sociale domein. Het boek bestaat uit twee delen. Eerst zijn de wetenschappers aan het woord. Het theoretische deel wordt afgesloten met een vergelijking met Denemarken en het Verenigd Koninkrijk waar men eerder vergelijkbare stappen zette. Daar blijkt dat bij de positieve evaluaties uit die landen, die mede aanleiding waren het hier ook te willen, de nodige vraagtekens te zetten zijn. Er waren in het begin overigens extra kosten en er werd niet, zoals hier, bezuinigd. Bovendien blijkt het sociaal kapitaal daar de afgelopen jaren eerder afgenomen dan toegenomen. Voorwaar een waarschuwing voor Nederland. En in het tweede deel wordt de praktijk aan de hand van journalistieke impressies beschouwd. Er mag hoop zijn als professionals en burgers de kans krijgen het anders te doen. Auteurs doen vier voorstellen om het mandaat van de professionals concreet in te vullen.

Gestart wordt met de beloften van het beleid. Beloften die hoog gegrepen blijken. Generalistisch werken zit dicht bij de burger werken in de weg. Vervolgens wordt naar de professionals in de jeugdzorg gekeken, die zoals verwacht mocht worden heel verschillend reageren. Daarna draait het om de Participatiewet. Worden de individuele kwaliteiten van de mensen niet overschat? De decentralisatie van de langdurige zorg komt in het volgende hoofdstuk aan de orde. Zelfredzaamheid blijkt ingewikkeld te liggen. In het praktisch journalistieke deel worden de beloften naast de praktijk gezet en wordt de voortgang in beeld gebracht. Doorslaggevend is of professionals en burgers echt de kans krijgen het anders te doen. In de eindbalans lijkt de conclusie dat multiprobleemgezinnen nu beter worden geholpen.

De redacteuren sluiten af met een aantal conclusies en aanbevelingen. Gebrek aan (lokale/regionale) visie en instrumenten remmen de decentralisaties af. Er is niettemin onmiskenbaar een beweging op gang gekomen. Professionals werken samen, mensen krijgen maatwerk en hulp op meerdere levensgebieden. Er is behoefte aan een doorwrochte verandertheorie, waarin visie, doelstellingen, instrumenten, activiteiten en verwachtte effecten bij elkaar komen.


Voorbij de eeuw van bureaucratie – Van regel­organisatie naar casus­organisatie

Jan Herman de Baas, Den Haag: Boom Bestuurskunde, 2017, 2019 blz., ISBN 9789462368033

De Baas opent met de nieuwe praktijk, de nieuwe theorie en met de ontwikkeling daarvan. Om vervolgens tien omkeringen te presenteren van bureaucratie. Hij sluit af met het sturingsperpectief en de bijbehorende casusprofessionaliteit en epiloog: het is niet meer zoals het was bij de overheid. Het boek is geen veranderkundig boek. Wel beschrijft de auteur wat er veranderd is. Voor elke controller, manager en bestuurder van publieke organisaties een must, omdat het op heel nieuwe sturingsprincipes wijst. De nieuwe praktijk vraagt om ruimte voor professionaliteit. Regels vormen een startpunt en niet het eindpunt. Het Weberiaanse organisatiemodel wordt binnenstebuiten gekeerd. De organisatie die ontstaat noemt De Baas de ‘casusorganisatie’. Hij plaatst deze vervolgens in de ontwikkeling van de bestuurskundige theorie.

Via projectmatig werken, integraal werken en interactief werken is een voortschrijdende ontwikkeling te zien die uitmondt in casus organiseren en de casusorganisatie die daarbij hoort. De positie van de ambtenaar is daarbij fundamenteel veranderd. Van Aristoteles en Montesquieu via Robespierre, Portales en de velen die volgden tot Foucault, Susskind & Cruikshank en de Baas zelf worden theoretische inzichten in perspectief geplaatst. De zekerheids­illusie van de moderniteit is bedrieglijk: een jammerlijk gebrek kan ook gevaarlijk

zijn. In open processen ontstaat gezamenlijke betekenisgeving over publieke waarden. De overheid kan niet acteren in netwerken als zij haar eigen functioneren op voorhand vasttimmert in algemene regels. Er is een omkering nodig van de bureaucratietheorie.

Sturing bestaat in de nieuwe situatie uit het gezaghebbend kenbaar maken van inhoudelijke belangen die moeten worden meegewogen. Soms worden nieuwe belangen geïdentificeerd die een plek moeten krijgen. Daarover wordt ook voortdurend verantwoording afgelegd. In casus organiseren gaat het er om ruimte te laten voor het proces en bij de acceptatie te bepalen of je voldoende tevreden bent met de uitkomsten. Acceptatie is dan ook nog een wederzijds proces. Voor politici kan het bieden van die ruimte moeilijk zijn, maar uiteindelijk ook bevrijdend. De verantwoording gaat dan over het gebruik van de handelingsruimte in een professioneel leerproces. Netwerksituaties kenmerken zich door wederzijdse afhankelijkheid in doelbereiking en wederzijdse onafhankelijkheid in gedragsbepaling.

Drs. H.J.M. ter Braak is docent Strategie en Verandermanagement aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur bij Wagenaarhoes.

Gepubliceerd op: donderdag 09 augustus 2018 om 15.09
Laatste bijgewerkt op: maandag 02 december 2019 om 15.37