PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

TPC Archief

Overheid en samenleving

Door Harry ter Braak
Laatste bijgewerkt op maandag 02 december 2019 om 15.36
Print dit artikelE-mail dit artikel

 


Willem van Spijker, Frank van Erkel en Pieter Tops tonen in Nieuw Publiek Werken een verkenning van Ambitie. Ze proberen belangrijke bewegingen in de samenleving een plek te geven in de eisen die aan de lokale overheid gesteld worden. Paul ’t Hart toont in gesprek met Wim Kuijken hoe in de afgelopen decennia de eisen die aan ambtenaren gesteld worden veranderd zijn. Arianne van Luipen, Josephine Ruitenberg en Pon Ruiter ten slotte vertalen Michael Ignatieff en bespreken daarbij op wereldschaal de ervaringen van gewone mensen in situaties waarin instituties niet meer werken. Gewone deugden – lokaal, contextueel, niet-ideologisch en antitheoretisch – blijken het morele besturingssysteem te zijn op alle niveaus.

Nieuw Publiek Werken – Een verkenning van ambitie

Willem van Spijker, Frank van Erkel, Pieter Tops, Creative Commons licentie, Zwaan Printmedia 2016, 48 blz.

Dit essay, dat vooral als e-book is neergezet om zelf te gebruiken en te bewerken, biedt een eigen perspectief op de ontwikkelingen in het publieke domein. Het eerste hoofdstuk opent met een aantal persoonlijke ervaringen. De lezer wordt daarna in het tweede hoofdstuk met zevenmijlslaarzen in negen pagina’s meegenomen in de ontwikkeling van de overheid vanaf 1200. Eindigend met de vraag; het kraakt en piept, we zitten in een overgangsfase en nu?

De auteurs benoemen een aantal spanningen en dilemma’s in het derde hoofdstuk: burgers nemen het initiatief; het ontstaan van nieuwe scheidslijnen; bewegingen in de markt; institutionele machteloosheid van de overheid.

In het vierde hoofdstuk gaat het om nieuwe perspectieven. Hoe meer het leven globaliseert en virtualiseert, hoe meer een mens voet aan de grond nodig heeft en zich wil wortelen. In ons bestaan blijven tijd en ruimte, daar waar je fysiek bent op een bepaald moment, van wezenlijke betekenis. Al die krachten en belangen komen bij uitstek in het lokale domein bijeen. En van oudsher is het de kracht van de lokale overheid om daar duiding en richting aan te geven. Wat staat de overheid daarin te doen en hoe organiseert ze dat slim en verstandig? De auteurs beschrijven de drieslag die naar hun oordeel nodig is:

 

  • Nieuw Publiek Werken;
  • herordening van het publiek domein;
  • hervormingen van het lokale bestuur.

 

Publieke waarden zijn daarbij essentieel en laten zich definiëren als bijdragen aan het algemeen belang, aan het belang van het collectief, aan een ‘goede samenleving’ en aan het voortbestaan daarvan. Daarbij gaat het wat hen betreft om: ruimte en toegang bieden waar nodig; elkaar ondersteunen waar mensen dat willen doen; grenzen stellen en richting geven.

Het ‘nieuwe tussen’ ontwikkelt zich (zie www.hetnieuwetussen.nl, waar vernieuwingen uitgewisseld worden). In het slothoofdstuk wordt niet opgeroepen tot discussie maar tot actie. Al met al een eigentijdse essay voor professionals en bestuurders die snel een beeld willen krijgen in de veranderende verhoudingen op het lokale niveau.

 

Dienen en beïnvloeden – Verhalen over ambtelijk vakmanschap

Paul ’t Hart in gesprek met Wim Kuijken – Met medewerking van Erik-Jan van Dorp, Den Haag: NSOB, 184 blz., ISBN9789075297775

Paul ’t Hart maakt in gesprek met Wim Kuijken zeer lezenswaardig de complexiteit van het ambtelijk dienen en adviseren op landelijk perspectief inzichtelijk. Er is de afgelopen 25 jaar veel gebeurd. Het ambtelijk vakmanschap is er stevig door veranderd. Wim was erbij als eindverantwoordelijk topambtenaar en speelde er zijn rol. Politieke geschiedenis door de bril van de ambtenaar die ondersteunt, organiseert en adviseert. Eerst is er de voorgeschiedenis van de beginnend ambtenaar die leert van de oudere garde. In een tijd waarin belangrijke waarden stevig onder druk komen te staan en ambtelijke professionaliteit andere eisen stelt. Het spel moet anders gespeeld worden. Dan volgen nog zeven hoofdstukken met belangrijke momenten. Paul ’t Hart besluit elk hoofdstuk met reflecties van zijn kant, soms met gebruikmaking van internationale literatuur.

Het verleden van een minister kan diezelfde minister stevig opbreken en de ambtelijke dienst in grote loyaliteitsconflicten brengen. Bram Peper stond model, werd publiekelijk afgebroken en kreeg uiteindelijk zonder de maatschappelijke rekening bij de rechter wel zijn gelijk. Een minister die verantwoordelijk is voor onderzoek naar zijn eigen verleden brengt een ambtelijke organisatie in een lastig parket. Wat doe je dan als SG? 

9/11 was voor de wereld ingrijpend. Nederland raakte op drift. Wat betekende dit voor Nederland en wat zagen het kabinet en Algemene Zaken ervan? Hoe werd de crisis aangevlogen?
Zoals in alle hoofdstukken wordt de context in een apart katern beschreven en van commentaar voorzien door spelers (Wim Kok, Josias van Aartsen, Jack de Vries etc.) uit de omgeving van functionaris Kuijken.

 

Wat volgde in de jaren erna in de Nederlandse samenleving waar met Fortuyn de politiek radicaal veranderde? Waarin de minister-president in hoog tempo van 75% steun bij de bevolking daalde tot nauwelijks nog steun. Waarin Fortuyn vermoord werd? De verkiezingen al of niet uitgesteld zouden moeten worden? Waarin de minister-president zijn aftreden na de verkiezingen al had aangekondigd? Welke persoonlijke vraag stond bij Kok centraal? De jaren waarin het NIOD-rapport over Srebrenica een stevige rol ging spelen?


Verder waren er ook nog de verschillende spanningen tussen het torentje en het paleis rond Zorreguieta, het huwelijk van prins Friso, maar ook rond Margarita de Bourbon Parma. De schaduwen rond de Catshuisbrand maken duidelijk dat de onzichtbaarheid van de ambtenaar een relatief begrip is waarbij rechtvaardigheid meerdere kanten heeft.

Wim Kuijken heeft al zijn ervaringen ten dienste van Nederland kunnen samenbrengen als Deltacommissaris en reflecteert met Paul ’t Hart in een slothoofdstuk op de kunst van het balanceren, als praktijkvisie op het ambtelijk vakmanschap, als reflectie practitioner. Voor alle lezers van TPC een must om te lezen.


Gewone deugden – Samenhang in een verdeelde wereld

Michael Ignatieff, vertaald door Arianne van Luipen, Josephine Ruitenberg en Pon Ruiter, Amsterdam: Cossee 2017, 281 blz., ISBN 9789059367623

Michael Ignatieff is essayist, romanschrijver, voormalig politicus, hoogleraar van Harvard en momenteel directeur van de Central European University in Budapest. Hij bezocht de Braziliaanse favela’s, de Zuid-Afrikaanse en Zimbabwaanse townships, Japanse boeren in Fukushima, gangs in Los Angeles en monniken in Myanmar om te onderzoeken welke morele deugden mensen over de hele wereld delen. Zijn ervaringen maken duidelijk hoe het met de moraliteit van de gewone mensen gaat in crisissituaties. Zelf geboren in Bosnië komt hij uit een omgeving waar spanningen tussen bevolkingsgroepen al decennia bestaan. Elk hoofdstuk in het boek vertelt het verhaal van dat gebied en wat de mensen die de verschrikkingen meemaakten aan normen en waarden hanteren. Hij sluit af met een hoofdstuk over mensenrechten, mondiale ethiek en gewone deugden. De literatuurlijst is niet gering. Gewone deugden kunnen zich ook staande houden onder tirannieke, oligarchische en autoritaire regimes, maar om goed te kunnen functioneren moeten ze een harde strijd leveren tegen een publiek domein waarin omkoopbaarheid, onderdrukking en wreedheid worden beloond. Gewone deugden gedijen beter wanneer sprake is van liberale vrijheid, instemming van de burgers, suprematie van de wet, onafhankelijke rechtspraak en vrijheid van vergadering en meningsuiting. Waar de meerderheid regeert maar rechten van minderheden geborgd zijn, en er gezonde concurrentie is. Deze instituties maken het mensen mogelijk zich als morele individuen te gedragen.

Gewone deugden, zoals tolerantie, vergevingsgezindheid, vertrouwen en veerkracht, zijn in een levenslange strijd verwikkeld met gewone ondeugden en wreedheid, haat, machtswellust. Zij vormen een moreel kompas op alle niveaus. Deugden kunnen verdeeldheid zaaien, maar ook zorgen voor verbinding of verzoening, zowel op lokaal, landelijk als internationaal niveau. Ignatieff laat op een verrassende manier zien dat deugden niet theoretisch of ideologisch gefundeerd zijn. Gewone deugden – lokaal, contextueel, niet-ideologisch en antitheoretisch – bleken het morele besturingssysteem te zijn van steden met een zeer heterogene bevolking, maar ook van kleinere gemeenschappen, van Bosnië tot Myanmar. De toets voor publieke instituties is of zij ons in staat stellen ons fatsoenlijk te gedragen tegenover elkaar. Voor wie wat meer gevoel wil krijgen in het verschil tussen politiek bedrijven en goed bestuur leveren, vindt bij Ignatieff veel ingrediënten.

Drs. H.J.M. ter Braak is docent Strategie en Verandermanagement aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur bij Wagenaarhoes.

 

Gepubliceerd op: donderdag 25 oktober 2018 om 13.59
Laatste bijgewerkt op: maandag 02 december 2019 om 15.36