PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

TPC Archief

Verschillende perspectieven op besturen

Door Harry ter Braak
Laatste bijgewerkt op maandag 02 december 2019 om 15.39
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

‘De toekomst van de bestuurskunde’, een reflectie op de geschiedenis ervan door de bril van vele bestuurskundigen die Nederland rijk is. Philip Marcel Karré e.a. verzorgden een toegankelijk overzichtswerk. ‘Synchrone besluitvorming’ bij zeer complexe vraagstukken met vele direct betrokken belanghebbenden. Hoe doe je dat goed? Geanalyseerd in een mooi proefschrift door Jitske van Popering-Verkerk. De kiezer heeft vertrouwen in de democratie, maar niet in de politici. Tom van der Meer adviseert hen dringend hun cultuur te vernieuwen en er niet voor te kiezen daaraan te ontsnappen door de instituties te vernieuwen. 

Toekomst van de bestuurskunde

Philip Marcel Karré, Thomas Schillemans, Martijn van der Steen, Zeger van der Wal (red.), Den Haag: Boom Bestuurskunde, 2017, 146 blz., ISBN 9789462367753

In dit boek bundelde de redactie de artikelen die tussen herfst 2015 en voorjaar 2017 verschenen in het tijdschrift Bestuurskunde. Als geïnstitutionaliseerd vakgebied bestaat de bestuurskunde 40 jaar. De realiteit van het kenobject, het institutioneel kader van en het onderwijs in de bestuurskunde veranderen. 

Hoe verhouden de Nederlandse bestuurskundigen zich tot de Europese? Wat leverden de door de Vereniging voor Bestuurskunde georganiseerde debatsessies over de ambities en prestaties van het vakgebied op? Wat kun je concluderen op basis van de juryrapporten van de Van Poelje Jaarprijs voor het beste bestuurskundige proefschrift op? Achtereenvolgens:: de enquête­resultaten van een onderzoek naar wat we hebben aan bestuurskundigen! Een verslag van gesprekken met tien jonge recent benoemde hoogleraren. De vaardigheden die noodzakelijk zijn om effectief te kunnen opereren in de complexe dynamische omgeving van de 21e eeuw. De intellectuele grondslagen van de bestuurskunde en de bekritiseerde kunstmatige scheiding tussen politiek en bestuur en de weg naar bestuurskunde als politieke wetenschap. Het achtste en laatste hoofdstuk is een persoonlijk slotakkoord op basis van het analysekader van Burawoy, waarmee een onderscheid gemaakt kan worden tussen academische, praktijkgerichte, kritische en publieke bestuurskunde. 

De verschillen in Europa zijn groot. De Nederlandse bestuurskunde staat op de kaart. De historische ontwikkeling is multidisciplinair, nationaal en toepassingsgericht (projectmatig) en ontwikkelt zich tot een meer mono­disciplinair en internationaal-academisch excellent vakgebied. De proefschriften ken­­merken zich door verschil in school of thought en gooien hoge ogen in toptijdschriften, op congressen en strijken met de helft van de onderzoeksprijzen. Het lijkt erop dat de bestuurskunde op sommige momenten te zelfreferentieel is geworden en dat de methode in plaats van het vraagstuk te leidend is. Het boek sluit af met een agenda (acht punten) met uitdagingen en kansen voor de bestuurskunde. Niet SMART-gedefinieerd maar wel zeer herkenbaar. 

De auteurs verzorgden een heel toegankelijk overzichtswerk over de staat van de bestuurskunde, overigens meer reflectief dan toekomst-beschrijvend, aansluitend bij de titel van het boek.

Synchrone besluitvorming 

Jitske van Popering-Verkerk, Den Haag: Boom Bestuurskunde, 2017, 274 blz., ISBN 9789462367890

In dit proefschrift beschrijft de auteur de resultaten van haar zevenjarig onderzoek naar de samenwerking tussen overheden in het waterdomein. Centraal staat de zuidwestelijke delta, met vraagstukken van besluitvorming die veel teleurstelling en onvermogen kennen. In elf hoofdstukken onderneemt de auteur een zoektocht naar veelbelovende aanknopingspunten. Van vraagstuk, onderzoek, besluit­vorming, besluitvormingsgeschiedenis, naar synchronisatie, werking, regels, teams, overheidsorganisaties, synthese en uiteindelijk reflectie. Met uiteraard een degelijke literatuurlijst, samenvatting en een bijlage over de dataverzameling. Een dataverzameling die een combinatie vormt van participatief actieonderzoek, interviews, bijeenkomsten en reflectiesessies.

Het meest geliefde antwoord wordt gevormd door optimale enkelvoudigheid (schaalniveau) en vraagt om een herverdeling van het labyrint van afzonderlijke verdiepingen van het huis van Thorbecke. Daarna volgt dat van volgordelijkheid, top-down en/of bottom-up. Het alternatief is dat van samenwerken in netwerken. Maar ook dat kent teleurstellingen. De zoektocht naar veelbelovende aanknopingspunten naar handelen in meervoudigheid gaat langs de kenmerken van meervoudige besluitvorming en synchronisatie, het ontstaan ervan, met welke acties en interventies en welke bedding van regels, teams en organisaties die tussen­personen aanmoedigen om bij te dragen aan synchrone besluitvorming.

Het onderzoek levert een groot scala aan lessen op, zoals enkele hierna samengevat. Synchronisatie van besluitvorming is essentieel om uit complexe vraagstukken te komen. Dat vraagt om acteren in meervoudigheid. Uit het onderzoek kunnen drie veranderingen gedestilleerd worden om te komen tot synchrone besluit­vorming: een verandering van begrenzen naar positioneren, een verandering van voorspelbaarheid naar tijdelijkheid (momentum met pech en geluk), en een verandering van gezamenlijk naar gedeeld. Eveneens dat besluitvorming alleen mogelijk is wanneer mensen zich deel weten van het geheel van besluitvorming.

Erkende afhankelijkheid en zelfstandigheid gaan over het besef dat elke actie kan bijdragen aan synchronisatie en onderstrepen een besef van gelijkwaardigheid, voorwaardelijk voor succes. Het onderzoek maakt duidelijk dat synchronisatie ontstaat wanneer tussenpersonen betekenis geven, betekenissen delen, en handelen vanuit gegeven betekenissen. Het trekken van grenzen en het leggen van verbindingen over grenzen zijn beide essentieel. Echt een mooi en nuttig proefschrift. Niet al te toegankelijk, maar dat mag geen probleem zijn.

Niet de kiezer is gek

Tom van der Meer, Houten: Spectrum, 2017, 142 blz. ISBN 978900357895

Publicist en politicoloog Tom van der Meer, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, baseert dit boek mede op veel onderzoek dat hij deed naar politiek vertrouwen, kiesgedrag, en het Nederlandse partijenstelsel. Het boek is doorspekt met resultaten van onderzoek. Vele andere auteurs en onderzoekers krijgen een podium. Zijn conclusie: niet de kiezer is gek. Iedere politicus, bestuurder en manager zou er zijn voordeel mee moeten doen. 

Politici en journalisten die de afgelopen jaren kritisch waren op het functioneren van het democratisch stelsel, vergissen zich. De scepsis van de kiezer is productief, doet er toe en draagt meer bij dan vertrouwen. De gevestigde partijen proberen hun oude machtsstructuren vast te houden. Het draaien aan de institutionele knoppen lijkt eerder contraproductief. De bestuurscultuur moet dringend gemoderniseerd worden. Het is belangrijk hier precies te zijn. Het vertrouwen in het democratisch proces is immers groot en weerspiegelt de kwaliteit van onze overheid. Internationaal staan we overal erg hoog aangeschreven. 

Angst, argwaan en neerbuigendheid tegenover de Nederlandse kiezer is volkomen onterecht. Deze is assertief, kieskeurig en niet wispelturig. In de eerste fase komen kiezers tot een keuzeset, een klein aantal (ideologisch coherente) partijen waarop zij overwegen te stemmen. In de tweede fase (in de tijd steeds later) bepalen ze hun keuze (inhoudelijk of strategisch bepaald). Het openbaar bestuur staat niet open voor burgerinspraak. 

Veel belangrijke functies in het openbaar bestuur zijn gebaseerd op politieke benoemingen. Coalitie­vorming blijkt steeds ingewikkelder te worden. Deze dwingt te kiezen voor wisselende meerderheden. Dat dwingt tot het noodzakelijke politieke debat. Problemen worden niet opgelost door ze te negeren en de representatie ervan in het parlement te ondermijnen. Veel geopperde institutionele veranderingen hebben wel dat karakter. De drie in Nederland populairste oplossingen (kiesdrempels, districtenstelsel, afsplitsen ontmoedigen) worden ruimhartig besproken, evenals de rol van referenda en het werken met loting (voor bestuurlijke posities). 

De oplossing van de auteur: verdedig de instituties en de democratie, kies voor een vorm van politiek leiderschap rond het goede verhaal waar de kiezers zich achter willen scharen. Minderheids­regeringen, stembusakkoorden en een open bestuurscultuur dragen serieus bij. 

Drs. H.J.M. ter Braak is docent Strategie en Verandermanagement aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur bij Wagenaarhoes.

Gepubliceerd op: donderdag 22 februari 2018 om 15.19
Laatste bijgewerkt op: maandag 02 december 2019 om 15.39