PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

Ambtelijke fusies als gevaarlijke vluchtheuvel

Door Paul Hofstra
Laatste bijgewerkt op woensdag 27 juni 2018 om 10.28
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

Mei 2018 (jaargang 16, nummer 2)

Er is de laatste tijd veel te doen over de zogenaamde ambtelijke fusie. Een bundeling van ambtelijke capaciteit en alle daaraan gerelateerde bedrijfsmiddelen van twee of meer gemeenten. Dat klinkt op zich verstandig, maar de praktijk is toch een andere.

Eind vorig jaar klapten er weer twee. Zo trok de raad van de gemeente IJsselstein de stekker uit de ambtelijke samenwerking met de gemeente Montfoort en even eerder deed de gemeente Hardenberg hetzelfde met de gemeente Ommen. Toch is er nog steeds volop belangstelling voor deze samenwerkingsconstructie getuige het recente besluit van de Voornse gemeenten om definitief te kiezen voor een ambtelijke fusie. Verder geldt de DDFK (Dantumadeel, Dongeradeel, Ferwerderadeel en Kollumerland) ambtelijke fusie als een goed geslaagd voorbeeld mede gezien het feit dat de vier Friese gemeenten per 1 januari 2019 ook bestuurlijk gaan fuseren.

Waarom slaagt de één waar de ander uiteindelijk het loodje legt.
Om daar een antwoord op te geven is het wellicht nuttig om eens nader te kijken naar de ervaringen van de zogenoemde BAR gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk). Deze drie gemeenten onder de rook van Rotterdam zijn al een aantal jaren bezig om een succes te maken van hun (ambtelijke) samenwerking. Dat lukt overigens maar moeizaam. Kortgeleden kwam Berenschot in een kritische evaluatie tot de conclusie dat (het gebrek aan) bestuurlijke samenwerking de doelstellingen van de fusie behoorlijk in de weg staan. Een conclusie die de lokale rekenkamer van Barendrecht eind 2015 ook al had getrokken.

Dit lijkt te duiden op de ambtelijke fusie als vluchtheuvel om een bestuurlijke fusie te voorkomen. Door de Rekenkamer Barendrecht is afdoende aangetoond dat die strategie gedoemd is om te mislukken. Een situatie waarin enerzijds ambtelijk wel het gaspedaal wordt ingedrukt en anderzijds bestuurlijk op de rem wordt getrapt, leidt tot gevaarlijke slippartijen en uiteindelijk tot ongelukken. De vraag is dan ook waarom een ambtelijke fusie niet automatisch doorloopt in een bestuurlijk traject. Dit heeft enerzijds te maken met de fictie dat beleid en uitvoering altijd gescheiden kunnen worden en anderzijds met de veronderstelling dat het opgeven van bestuurlijke autonomie tevens inhoudt dat de eigen gemeentelijke identiteit verdwijnt.

Om met dit laatste te beginnen. De relatie tussen autonomie en identiteit is best ingewikkeld, mede door het niet altijd helder begrepen en politiek vaak zwaar beladen begrip (groeps)identiteit. Het zegt iets over de sociale binding en eigenheid van een gemeenschap, bijvoorbeeld een gemeente. In de praktijk behoeft het opgeven van bestuurlijke autonomie zeker niet ten koste te gaan van de gemeentelijk gevoelde identiteit. Zo is de eigenheid van en sociale binding bij de voormalige autonomie gebieden Pernis, Rozenburg en Hoek van Holland zeker niet minder geworden. Waar die identiteit al groot was, zal deze na het (al dan niet gedwongen) opgeven van de bestuurlijke autonomie zeker niet afnemen. Je kunt zelfs stellen dat die alleen maar groter is geworden.

Ook de relatie tussen beleid en uitvoering is niet altijd even helder en vaak aan verandering onderhevig.

De keuze voor een ambtelijke fusie als vluchtheuvel gaat uit van de veronderstelling dat beide begrippen strikt te scheiden zijn. Met andere woorden, dat bedrijfsvoering los kan worden geknipt van beleid en bestuur. In de praktijk zie je dat terug in de vorm van een gemeenschappelijke regeling waarin enkel ambtenaren met een bedrijfsvoerings- en uitvoeringsrol zijn ondergebracht. Beleid en bestuur blijven gemeentelijk georganiseerd. Deze constructie leidt, zoals eerder is geconstateerd, tot slippartijen en het niet realiseren van samenwerkingsdoelstellingen op het terrein van dienstverlening, bestuurlijke kracht en financiën. Al met al zouden de voorwaarden waaronder veel gemeenten een ambtelijk fusietraject ingaan toch wat strikter geformuleerd mogen worden, teneinde te voorkomen dat vluchtheuvelgedrag wordt beloond ten koste van de eigen inwoners.

Drs. P. Hofstra RO CIA is directeur van Rekenkamer Rotterdam.

 

Gepubliceerd op: woensdag 09 mei 2018 om 13.34
Laatste bijgewerkt op: woensdag 27 juni 2018 om 10.28