PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

De rechtstreeks gekozen burgemeester en het financieel beheer

Door Paul Bordewijk
Laatste bijgewerkt op woensdag 27 juni 2018 om 10.28
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

Mei 2018 (jaargang 16, nummer 2)

De Tweede Kamer heeft in tweede lezing ingestemd met een grondwetswijziging, waardoor bij wet geregeld kan worden dat de burgemeester niet langer benoemd wordt door de regering maar ook rechtstreeks door de inwoners van de gemeente of indirect door de gemeenteraad kan worden gekozen. Die keuze heeft grote consequenties voor de positie van de burgemeester, maar ook voor het financieel beheer van de gemeente.

Wanneer de burgemeester rechtstreeks wordt gekozen, rijst de vraag hoe hij zich verhoudt tot de eveneens door de bevolking gekozen gemeenteraad. Nu wordt de burgemeester gekozen door de gemeenteraad, en kan de gemeenteraad ook het vertrouwen in hem opzeggen, net als in de wethouders.

Hoe zal dat gaan bij een rechtstreeks gekozen burgemeester. Kan die ook door de gemeenteraad naar huis worden gestuurd? Dat is in 2004 uitgebreid aan de orde geweest bij een eerdere poging de benoemingswijze van de burgemeester uit de Grondwet te halen. Om die verkiezing betekenis te geven, moest de burgemeester veel zwaardere bevoegdheden krijgen dan nu, bijvoorbeeld het voordragen van de wethouders. En de raad moest dan niet de mogelijkheid hebben om, wanneer men andere wethouders wilde, de burgemeester dan maar naar huis te sturen. Daarom zou dat laatste alleen met een twee derde meerderheid kunnen.

Zo’n regel zou grote consequenties hebben voor het financieel beheer van de gemeente. Daar werd toen onvoldoende bij stilgestaan. Gemeentelijke uitgaven worden gedaan door het college van B & W, op basis van een door de raad vastgestelde begroting. Hoewel dat niet de bedoeling is, kan het voorkomen dat er posten overschreden worden. Voor de invoering van de dualisering was het dan in theorie mogelijk dat de leden van het college hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld. Dat gebeurde niet vaak, en wanneer het al een keer gebeurde strandde het bij de bestuursrechter, maar er ging toch een dreiging vanuit.

Maar op aandrang van de burgemeesters in de Staatscommissie die over de dualisering moesten adviseren, werd de mogelijkheid collegeleden hoofdelijk aansprakelijk te stellen uit de Gemeentewet gehaald, en kwam er in plaats daarvan een onduidelijk soort indemniteitsprocedure. Dat werd gerechtvaardigd met de constatering dat de gemeenteraad toch altijd de wethouders kon ontslaan en de burgemeester voordragen voor ontslag. Dat was een veel meer voor de hand liggende sanctie dan hoofdelijk aansprakelijk stellen. In de praktijk gebeurt dat ook.

Wanneer echter de burgemeester nog slechts met een twee derde meerderheid ontslagen kan worden, kan het college zijn goddelijke gang gaan zolang de burgemeester gesteund wordt door een derde van de raadsleden. Wil de meerderheid van de gemeenteraad een zwembad? Misschien steunt een minderheid het college wel wanneer het liever een nieuwe schouwburg bouwt. De wetgever kan dan misschien beter het budgetrecht maar direct aan de burgemeester geven zoals ik laatst een burgemeester zag bepleiten. De burgemeester kan dan zelf een programma realiseren waar die schouwburg in is opgenomen. De vraag is dan wel wat eigenlijk het nut van de gemeenteraad is. Maar dat vragen veel burgemeesters zich toch al af.

Elk systeem waarbij twee bestuursorganen rechtstreeks door de bevolking gekozen worden, houdt het risico in van ongezonde competentieproblemen wanneer in die twee organen een andere politieke stroming domineert. Het meest duidelijk is dat wel gebleken in Amerika onder Obama, die veel van zijn programma niet kon realiseren door Republikeinse meerderheden in het Huis van Afgevaardigden of de Senaat. Ook in Frankrijk kan het voorkomen dat de president niet beschikt over een meerderheid in het parlement. Dat heet een cohabitation, en leidt tot ongemakkelijke verhoudingen. Op internationale bijeenkomsten verschijnt de president dan ineens vergezeld van een premier die heel wat anders wil.

Men zal moeten kiezen of de macht komt te liggen bij de gemeenteraad of bij de burgemeester, dus bij een meerhoofdig bestuur of bij een eenhoofdig bestuur. Mijn voorkeur heeft het laatste. Dan blijft het college volledig verantwoording schuldig over het financieel beheer aan de gemeenteraad.

Paul Bordewijk is publicist.

Gepubliceerd op: woensdag 09 mei 2018 om 13.35
Laatste bijgewerkt op: woensdag 27 juni 2018 om 10.28