PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

Een kwestie van gevoel

Door Peter van der Knaap
Laatste bijgewerkt op woensdag 27 juni 2018 om 10.29
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

Oktober 2017 (jaargang 15, nummer 5)

Tom Nichols is hoogleraar Veiligheidsvraagstukken en auteur van het boek The death of expertise. Hij waarschuwt voor de ondermijning van kennis en experts in het publieke debat over beleid. Volgens de NRC een man met een missie. Zo onderbrak hij ooit een gesprek over werkloosheid in de VS bruut: hij kon niet discussiëren met iemand die dacht dat de werkloosheid 42 procent was, terwijl die nog geen vijf procent was. Waarop zijn gesprekspartner zei: ‘Maar Tom, zo vóelt het gewoon!’

Beleid en emotie. Het is een gevaarlijke combinatie. Maar voor wie het goed weet te spelen kan het ook een heel effectieve combinatie zijn. Vooral in combinatie met beelden. Zorg, veiligheid, migratie, onderwijs: ieder beleids­terrein heeft er wel voorbeelden van. Een zielig verhaal, een indringende foto en een oprecht begaan vertolker, en je bereikt meer dan met stapels rapporten. Waarom zou je je dan om kennis, om feiten bekommeren? 

Tsja… Er zijn mensen die menen dat intelligent beleid – beleid dat erop gericht is om maatschappelijke ontwikkelingen op doordachte en evenwichtige wijze in de door de samenleving gewenste richting te beïnvloeden – niet zonder kennis kán. En dat je, wanneer kennis ontbreekt, bijna de morele plicht hebt om te investeren in kennisontwikkeling. Oók als je je gedwongen weet om iets te doen. Ik reken mezelf tot die mensen.

Maar waarom eigenlijk? Waarom is het belangrijk om te streven naar kennis? Of naar ‘beter beleid’? Speelt daar niet ook vooral… de emotie? Dat het goed… voelt? Is het niet vooral de emotie van de rationele, analyserende Gutmensch? U weet wel, zo’n onderzoeker of controller die drammerig blijft hameren op het belang van kennis en cijfers. Wat met name voor hen, als leveranciers van diezelfde kennis en cijfers, natuurlijk een verdachte deugd is.

Ik betrapte mezelf er laatst op toen ik een congres mocht openen over ‘evidence-based-beleid’. Bij wijze van aftrap koos ik voor een stevig standpunt: we moeten streven naar beleid dat stoelt op kennis omdat het moreel en ethisch juist is om te doen. Overheid en beleid zijn er immers voor om het ondermaanse wat dragelijker te maken en dat dan liefst zo goed mogelijk. Bovendien: we kunnen toch niet de hele samenleving blootstellen aan beleid dat gebaseerd is op pertinent foutieve informatie? Of, nog erger, fouten uit het verleden klakkeloos herhalen, alleen omdat we niet investeren in het leren van lessen? 

Het gaf een goed gevoel. Maar wel een beetje dat van de Gutmensch. Het punt is: ook die waarom-vraag over kennis en beleid moet meer zijn dan een goed gevoel en een moreel appel. Van populisten en van sommige lobbyisten leren we dat het vraagt om beeldende en soms emotionele antwoorden. We moeten laten zien en ruiken, en vooral doen voelen waarom het van belang is dat onderzoek en kennis worden benut in bestuur en beleid. En dat lukt goed, daar op de Bühne. 

Maar het vraagt ook om bewijs-voor-bewijs om te demonstreren dat initiatieven om bestaande kennis beter te benutten wérken! Of hoe je met kleinschalige experimenten en met lessen uit het buitenland beleid kunt ontwerpen dat werkelijk succesvol is. Of hoe een responsieve manier van beleidsonderzoek kan helpen om de oorzaken van ‘ongekende problemen’ te achterhalen.

Die bewijsvoering kan beter en systematischer. Daarbij helpt het dat de rekenmeesters van ons land hun gewicht in de schaal leggen. Zowel Financiën als het CPB pleitten onlangs voor een betere bewijsvoering voor de effectiviteit van beleid. De volgende stap is dat we – als onderzoekers, evaluatoren en controllers – ook echt aantonen dat dát in de volle breedte van overheidsbeleid werkt en tot betere uitkomsten leidt. Voor burgers, bedrijven, en land en planeet. 

En trouwens: óók voor bestuurders en politici als makelaars van gevoelens, kennis en beleid. Want zoals iedereen aan het Binnenhof je kan vertellen: een gevoel voelt pas echt goed, als je ook de feiten kent. Al is het maar voor het geval je een keer met Tom Nichols te maken krijgt. Of met de scherpe ondervragers van Nieuwsuur natuurlijk. Waarbij het natuurlijk goed is om oog te hebben voor hoe die uitkomsten ‘voelen’...

Peter van der Knaap is directeur-bestuurder van SWOV – Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid –, en voorzitter van Vide – Beroepsvereniging voor toezichthouders, inspecties, handhavers en evaluatoren.

Gepubliceerd op: dinsdag 24 oktober 2017 om 09.24
Laatste bijgewerkt op: woensdag 27 juni 2018 om 10.29