PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

Inspecticide

Door Peter van der Knaap
Laatste bijgewerkt op donderdag 25 oktober 2018 om 14.01
Print dit artikelE-mail dit artikel

Het zal je maar gebeuren: ben je eindelijk geslaagd voor je eindexamen, verklaart de Inspectie van het Onderwijs alle eindexamens van jouw school ongeldig. Het overkwam deze zomer de leerlingen van VMBO Maastricht. De examens voorafgaand aan het centraal eindexamen (ook wel schoolonderzoeken genoemd) waren niet of niet juist afgenomen of geregistreerd. En dat is wel de bedoeling. Anders mogen leerlingen namelijk niet eens aan het centraal eindexamen meedoen.

Heldere zaak. Maar ook een pijnlijke zaak. De vlaaien en vlaggen konden weer de kast in. Grote onzekerheid over vervolgopleidingen en inmiddels geboekte vakanties waren het resultaat. Net als grote politieke verontwaardiging en een fraai staaltje crisismanagement vanuit het ministerie. En, wat mij betreft, constructieve vervolgstappen vanuit de toezichthouder om leerlingen en school een uitweg te bieden.

Momenteel loopt een breder onderzoek naar de betrokken scholen en hun bestuur. Dat is een goede zaak, want het lijkt dat daar veel misging. De betrokken bestuursvoorzitter van VMBO Maastricht gaf in een strijdvaardige reactie aan te verwachten, dat ook de rol van de Onderwijsinspectie daarin zou worden betrokken. ‘Klopt het dat gedetailleerde, door de Inspectie vastgestelde programma’s van toetsing en afsluiting tot ondoenlijke situaties leiden op veel scholen in Nederland?’, zo stelde hij publiekelijk als onderzoeksvraag voor. ‘Situaties’, zo vervolgde hij, ‘waarvoor de leerlingen van het VMBO Maastricht nu zo worden gestraft’?

Het is een bekend verwijt voor toezichthouders. Beleidsmakers, maar vooral toezichthouders, stellen zoveel eisen en regels dat bedrijven of burgers het nooit goed kunnen doen. Om nog maar te zwijgen over het vermeende dodelijke effect daarvan op ‘de professionele habitus’: het vakmanschap van de mensen die het echte werk moeten doen.

Het woord ‘inspecticide’ drukt dat gevoel pijnlijk duidelijk uit. Alsof toezicht een soort vergif is dat alles kapotmaakt. Alsof er voor iemand die zijn vak goed wil doen geen leven meer is door toezicht en inspectie.

Vooropgesteld: ik vind insecticide een uitgesproken rotwoord. Het bleef als een graat in mijn keel steken toen ik las dat dezelfde bestuursvoorzitter er, eerder dan de affaire, over had geschreven. Hij pleitte voor toezicht dat zich richt op onderwijskwaliteit. En niet op enkele ‘vrij arbitraire parameters’, zoals ‘het verschil tussen de cijfers van schoolonderzoeken en die van het centraal schriftelijk examen’. Het zou moeten gaan om de toegevoegde waarde die een school biedt in het leerlingen voorbereiden op vervolgonderwijs, de arbeidsmarkt en een goede plek in de samenleving. Waarbij scholen op de eerste plaats zelf de verantwoordelijkheid hebben daar op te sturen en kritiek te organiseren.

Mooi pleidooi wel. Volgens mij is dat ook wat de Onderwijsinspectie wil. Waarbij mij een eventueel verschil tussen de resultaten van schoolonderzoeken en die van het centraal schriftelijk eindexamen wel degelijk relevant voorkomen trouwens. Maar dit terzijde. Want de les uit Maastricht is dat je bij regeldruk niet meteen naar de toezichthouder moet wijzen. Ook hier geldt: begin bij jezelf. Zo blijkt uit een reconstructie van dagblad De Limburger dat VMBO Maastricht het vooral zichzelf heel moeilijk heeft gemaakt. Hoe? Door precies te doen wat nu de Inspectie wordt verweten: veel eisen en regels op te stellen rond het toetsprogramma. Dat ook nog eens erg omvangrijk was. Alle toetsen, overhoringen en zelfs huiswerkopdrachten stonden er in! Waarbij elk foutje onherroepelijk zou kunnen leiden tot uitsluiting van het eindexamen. Wie zo’n breed programma maakt, kan zichzelf lelijk in de vingers snijden, zo concludeerde de krant puntig.

Inspecticide. Het blijft een lelijk woord met hele nare associaties. Het suggereert ook een hele slechte verhouding tussen veld en toezichthouder. En dat is onnodig. Ik denk dat iedereen het met Postema eens is als hij stelt dat scholen en schoolbesturen vooral zelf moeten sturen op kwaliteit. De les van dit verhaal is dat je daarbij – ook als je het goed voorhebt met leerlingen – moet oppassen voor te veel detailsturing.

Een toezichthouder kan daarbij een goede rol spelen. Niet als inspecticide, maar als iemand die in de tuin meehelpt om onkruid te wieden. Die toeziet op hoe scholen hun verantwoordelijkheid organiseren en tegelijkertijd scherp blijven kijken naar de opbrengsten. Van zo’n houding plukt iedereen de vruchten. En het voorkomt dat leerlingen de dupe worden van slecht schoolbeleid, waarbij een verstoorde relatie tussen school en toezichthouder hen niet helpt.

Peter van der Knaap is directeur-bestuurder bij de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. De auteur schreef deze column op persoonlijke titel.

Gepubliceerd op: donderdag 25 oktober 2018 om 14.01
Laatste bijgewerkt op: donderdag 25 oktober 2018 om 14.01