PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

Rechtmatigheid als standbeen

Door Peter van der Knaap
Laatste bijgewerkt op maandag 25 november 2019 om 12.26
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

Op mijn werkkamer hangen portretten van Aaron Wildavsky en Saskia Stuiveling. Wildavsky kent u misschien van de beroemde boektitel Speaking truth to power. Dat was wat hem betreft waar het bij beleidsevaluatie en onderzoek om zou moeten gaan. Saskia Stuiveling was als Rekenkamerpresident ook nooit bang om mensen in machtsposities de waarheid te vertellen: als het niet goed is, dan hoort u dat van ons.

Voor beide grootheden op het vlak van beleidsevaluatie en rekenkameronderzoek gold dat ze hechtten aan gezonde overheidsfinanciën. Waarbij Stuiveling duidelijk was over haar prioriteiten: rechtmatigheid is ons standbeen, doelmatigheid het speelbeen, zei ze dan tegen mij als directeur doelmatigheidsonderzoek.

Het is rake beeldspraak. Op je standbeen sta je: het draagt het volle gewicht. Je speelbeen is ontspannen, speelser, uitdagender. Met je speelbeen kun je scoren. Op je standbeen kun je onderuitgaan. Wat dat betreft begrepen we elkaar goed: je moet willen scoren maar je mag niet onderuitgaan.

Tegelijkertijd voelde ik ook altijd wel een lichte schizofrenie. Bij rechtmatigheid is de vraag: is het geld volgens de regels geïnd en besteed? Terwijl het bij doelmatigheid de vraag is of geld zinvol is uitgegeven, en dus met resultaat. Wat is er nu eigenlijk belangrijker? Volgens de theorie gaat dat hand in hand: zonder rechtmatigheid geen doelmatigheid. De realiteit was wel eens anders.

Nu moet een rekenkamer natuurlijk niet wiebelen, dat is geen gezicht. Maar een standbeen kiezen, dat kan natuurlijk wel. Wie dat doet, gaat vanzelf een beetje scheef staan. Probeer het maar eens: je heup van je speelbeen is dan net even hoger dan dat van het standbeen. Je hoofd krijgt vanzelf een licht nieuwsgierige houding. Ook nooit weg. Het lichaam, ten slotte, wordt in evenwicht gehouden door je schouders en armen: we zijn telgangers (what’s in a name?), zodat de ontspannenheid van het speelbeen terugkeert in de tegenover gepositioneerde arm.

Het resultaat is een levendige figuur, die in beweging lijkt te zijn en klaar voor de actie. Maar tegelijkertijd bedachtzaamheid uitstraalt. Zo’n houding is spannend, kijkt u nog maar eens goed naar de David van Michelangelo. Kunstliefhebbers noemen dat met een mooi woord ‘contraposthouding’. Het woord tegengewicht klinkt daarin door en juist dat ‘tegenwicht bieden’ leidt tot een intrigerende mengeling van levendig argwanen en speelsheid.

Maar tegengewichten kunnen elkaar ook zouteloos opheffen. Beeldhouwen versus touwtrekken, zeg maar. Stilstand en inertie zijn dan het resultaat. En dat is niet de bedoeling: we willen een Erasmusbrug, een David van Michelangelo, onderzoek met impact!

De kunst van beleidsevaluatie en rekenkameronderzoek zit hem dus in het kiezen van de juiste houding. Waarbij het standbeen moet zorgen voor een stevige basis maar vooral dus het speelbeen in stelling moet brengen. Doelmatigheid boven rechtmatigheid dus! Waarbij, als we eerlijk zijn, rechtmatigheid de basis is. En helemaal niet spannend zou mogen zijn: geld volgens de regels uitgeven, dat is toch wel het minste wat je van een fatsoenlijke overheid mag verwachten! En als een uitgave niet rechtmatig is, dan zijn er maar twee mogelijkheden: of de regels deugen niet en dan moet je die willen aanpassen, of je had de uitgave als fatsoenlijke overheid niet moeten willen doen.

Zo simpel is het en veel moeilijker moeten we het niet willen maken. Vooral niet als we mensen met macht de waarheid vertellen.

Peter van der Knaap is directeur-bestuurder bij de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. De auteur schreef deze column op persoonlijke titel.

Gepubliceerd op: woensdag 20 november 2019 om 13.30
Laatste bijgewerkt op: maandag 25 november 2019 om 12.26