PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

Veiligheid en verantwoordelijkheid: vreugdevuren rond onafhankelijkheid

Door Peter van der Knaap
Laatste bijgewerkt op dinsdag 15 januari 2019 om 09.16
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

Razende vuurstormen trekken over strand en boulevard. Een regen van vonken en roet teistert het oude dorp. Hoe heeft het zo mis kunnen gaan met de vreugdevuren op de stranden van Scheveningen en Duindorp? Waarom mocht dit? 2019 is nog maar een paar uur oud als de eerste rituele dans rond veiligheid en verantwoordelijkheid van het nieuwe jaar begint. De burgemeester kondigt een minutieuze evaluatie aan. Onder regie van de directeur veiligheid. Van de gemeente Den Haag.

Raadsleden pleiten voor onafhankelijk onderzoek. En op zich is dat niet vreemd. Het ‘enkele feit dat instituties zelf onderzoek uitvaardigen, stemt vaak al wantrouwig’, stelde Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen hierover nog onlangs. Geen wonder dus, dat vaak gekozen wordt voor een onafhankelijke commissie die rampen of bijna-rampen moeten evalueren. 

Het meest gehoorde argument daarvoor is dat ‘de slager zijn eigen vlees niet mag keuren’. Ook in Den Haag klonk deze klassieker. Een goede tweede plaats is weggelegd voor ‘WC-eend’. Op de derde plaats staat het klassieke ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’.  Oftewel: je kiest partij voor degene van wie je afhankelijk bent. Maar is het nu wel zo dat onafhankelijkheid altijd een panacee is? Sterker nog: bestáát echte onafhankelijkheid eigenlijk wel? Is het altijd wenselijk?

Je kunt er genuanceerd naar kijken. Laat ik met feitenonderzoek beginnen. Wie bang is voor ‘fact-free politics’ doet er goed aan om feitenonderzoek ook bìnnen overheidsorganisaties te laten plaatsvinden. Door ook als het (bijna) misgaat zèlf te evalueren, bouw je aan een cultuur waar feiten en kennis er toe doen, ook als het om het voorkomen van rampspoed gaat. Dat geldt voor ambtelijke diensten, zoals een bestuursdienst met daarbinnen een directie veiligheid, maar ook voor inspecties en andere toezichthouders binnen het publieke domein. Denk aan de slager: je moet er toch niet aan denken dat die zijn eigen vlees niet keurt? 

Ten tweede: wie duidelijk is over de vraagstelling en de manier waarop het onderzoek gedaan wordt, kan laten zien dat hij (of zij) het burgerperspectief voorop stelt. En dat hij (of zij) oprecht geïnteresseerd is in het voorkomen van herhaling. Plus: je maakt duidelijk dat je niets te verbergen hebt. Dat geldt ook voor de manier waarop conclusies worden getrokken. 

Sterker nog: juist door met de belangen van inwoners zelf als overheid dingen dis (bijna) misgingen kritisch te evalueren, kunnen strategische ‘blame-games’ worden voorkomen. Want ook met elk onafhankelijk onderzoek organiseer je ook een katalysator voor spelletjes zwartepieten. Wie gaat er over de commissie? Is er geen sprake van vriendjespolitiek? Hebben ze er eigenlijk wel verstand van? En, wat later in zo’n proces; waarom keken ze alleen naar veiligheid? 

De derde nuancering is dat het overlaten van een onderzoek of evaluatie aan een onafhankelijke partij geen garantie is dat het dan allemaal opeens goed gebeurt. In tegendeel: sturing door een selectieve vraagstelling, onderzoekers met zeer beperkte middelen of bevoegdheden het veld insturen of – helemaal kwalijk – beïnvloeding van conclusies, het komt allemaal helaas voor bij evaluaties die uitbesteed worden. 

Tot zover mijn vreugdevuur rond onafhankelijkheid onderzoek en leren van de dilemma’s tussen veiligheid en verantwoordelijkheid. Waarheidsvinding is onmisbaar voor het vertrouwen dat mensen op de langere termijn in een democratie kunnen hebben. Onafhankelijkheid van onderzoek en evaluatie kunnen daarbij een cruciale rol hebben. Daarin schuilt, zoals de Onderzoeksraad  voor veiligheid vorig jaar in een mooie bundel concludeerde, bij uitstek de waarde van commissies en raden die een positie zonder ruggenspraak koppelen aan heldere oordelen en evenwichtige beeldvorming. Maar er is meen ik ook veel te winnen bij zelfreflectie en eerlijkheid die van binnen komt. 

Wildavsky vatte de opdracht van evaluatoren mooi samen: ‘Speaking truth to power’. Die roeping geldt voor veel van de mensen die ik ken. Natuurlijk, de onafhankelijkheid die onderzoekers daarbij hebben, verschilt logischerwijs. In positie, in bevoegdheden, maar ook in de randvoorwaarden waarbinnen het onderzoek gedaan wordt. Volstrekt onafhankelijk is niemand. Dat kan ook helemaal niet in een land waarin we over het algemeen goed samenwerken en als van nature rekening met elkaar houden. 

Maar wie vertrekt vanuit de vraag ‘werkte onze aanpak voor de burger?’ heeft ijzersterke troeven in handen. De onderzoeker die vervolgens op een transparante manier in kaart brengt wat er van goede bedoelingen terecht is gekomen en hoe verschillen verklaard kunnen worden, bewijst niet alleen zichzelf, maar iedereen die waarde hecht aan veiligheid en verantwoordelijkheid, een grote dienst. 

En daarbij: je kunt intern uitgevoerde evaluaties , net zoals vleeskeuringen, altijd extern en onafhankelijk laten valideren.

Peter van der Knaap is directeur van SWOV en voorzitter van Vide – beroepsvereniging van professionals in het veld van toezicht, inspectie, handhaving en evaluatie.

Gepubliceerd op: maandag 14 januari 2019 om 14.56
Laatste bijgewerkt op: dinsdag 15 januari 2019 om 09.16