PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

Verevening gemeentefinanciën kan helpen tegen terrorisme

Door Paul Bordewijk
Laatste bijgewerkt op woensdag 27 juni 2018 om 10.29
Print dit artikelE-mail dit artikel

December 2017 (jaargang 15, nummer 6)

Een essentieel element van de financiële verhouding in ons land is de verevening. Die heeft betrekking op de inkomsten en de uitgaven. Gemeenten die door een hoge waarde van huizen en bedrijfspanden over een hoog inkomenspotentieel beschikken krijgen om die reden een lagere uitkering uit het gemeentefonds. Gemeenten die door hun geografische, fysieke of sociale structuur extra uitgaven moeten doen om een gemiddeld voorzieningenniveau te realiseren, juist een hogere.

Daarmee wordt bereikt wat de Rotterdamse econoom Goedhart, indertijd voorzitter van de Raad voor de Gemeentefinanciën, in 1982 aanduidde als het derde aspiratieniveau in de financiële verhouding: gemeenten een gelijk voorzieningencapaciteit bieden. Dat is wat anders dan een gelijk voorzieningenniveau, omdat de gemeenteraad de vrijheid houdt een afweging te maken tussen de lokale belastingdruk en het voorzieningenniveau.

Het derde aspiratieniveau is grotendeels gerealiseerd met de nieuwe Financiële-verhoudingswet die in 1997 is ingegaan. Daarna zijn er nog wat schroefjes bijgesteld. Maar na twintig jaar zie je dat er metaalmoeheid ontstaat, en dat er van verschillende kanten de vraag wordt gesteld of de verevening niet veel te ver gaat. Daarbij speelt een rol dat verevenen ingewikkeld is, maar ook dat niet iedereen de noodzaak van verevenen inziet: waarom mag een bloeiende gemeente niet zelf van die bloei profiteren?

Er treden daarbij veel misverstanden op. Zo stelde de Raad voor de financiële verhoudingen in het rapport ‘Wel Zwitsers geen geld?’ dat er bij een groter gemeentelijk belastinggebied minder verevening noodzakelijk was, en dat daardoor het stelsel doorzichtiger zou worden. Het tegendeel is natuurlijk het geval: naarmate gemeenten meer afhankelijk zijn van eigen inkomsten, is het belangrijker ze te compenseren voor verschillen in inkomstenpotentieel. Of je moet het niet zo erg vinden dat gemeenten met arme inwoners ook een lager voorzieningenniveau hebben. Die verdenking laadde de Rfv wel op zich, maar inmiddels is men met het rapport ‘Eerst de politiek dan de techniek’ een heel andere kant opgegaan.

Vergelijkbare ideeën vinden we in het rapport ‘Rekening houden met verschil’, dat dit jaar is uitgebracht door een stuurgroep onder voorzitterschap van de directeur Bestuur en Financiën van het ministerie van BZK. Ook daar wordt gepleit voor een eenvoudiger verdeelstelsel, al worden er tegelijkertijd ideeën geventileerd die het stelsel weer ingewikkelder maken. Er zou meer rekening moeten worden gehouden met verschillen tussen gemeenten, waarmee niet zozeer bedoeld werd dat deze verschillen moeten worden gecompenseerd, maar dat ze moesten worden geaccepteerd. Ook daar relativering van het derde aspiratieniveau.

Anders dan je bij de komst van een centrumrechts kabinet wellicht zou verwachten, is er bij de kabinets­formatie niets met deze aanbevelingen gebeurd. Dat lijkt me maar goed ook. Niet alleen omdat anders het verdeelstelsel minder eerlijk was geworden, maar ook vanwege de ongewenste maatschappelijke effecten die er optreden wanneer gemeenten met arme inwoners maar weinig te besteden hebben.

In heel West-Europa zien we uitingen van islamitisch terrorisme. Weliswaar is daar slecht een miniem percentage van de moslims bij betrokken, maar de effecten zijn ernstig en angstaanjagend. Nederland is daar tot nu toe nauwelijks door geraakt. De moord op Theo van Gogh heeft weliswaar grote impact gehad, maar dat was eerder een politieke aanslag dan een terroristische aanval op willekeurige mensen. Er zijn ook terroristische aanslagen in Alphen en Apeldoorn geweest, maar die hadden niets met de islam te maken.

Het kan zijn dat we in Nederland tot nu toe geluk hebben gehad – ik kan niet uitsluiten dat er tussen het moment dat ik dit schrijf (11 oktober) en het moment dat u dit leest alsnog een grote aanslag plaatsvindt. Misschien is onze AIVD ook wel veel effectiever dan collega-diensten in andere landen, al vindt de AIVD zelf dat hij nog te weinig bevoegdheden heeft.

Maar het zou ook aan de financiële verhouding kunnen liggen, en met name aan de verevening. Vooral de vergelijking met Frankrijk is daarbij interessant. Daar is nauwelijks van verevening sprake. Het gevolg is dat arme mensen in deplorabele steden wonen, met name in de banlieus van de grote steden. En dat leidt tot gettovorming en onvrede, waardoor de lokroep van islamitisch terrorisme luider klinkt. Dat is geen rechtvaardiging maar het gebeurt wel. En dat lijkt me een reden te meer, het derde aspiratieniveau te blijven koesteren.

Paul Bordewijk is publicist.

Gepubliceerd op: dinsdag 12 december 2017 om 21.15
Laatste bijgewerkt op: woensdag 27 juni 2018 om 10.29