PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

column

Wanneer is geheim echt geheim?

Door Paul Hofstra
Laatste bijgewerkt op woensdag 04 september 2019 om 13.42
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

Begin dit jaar publiceerde de Rekenkamer Rotterdam haar rapport over (de gebiedsontwikkeling van) het zogenoemde Schiekadeblok. De strook, zeg maar, tussen het nieuwe Centraal Station en het Hofplein. Hartje centrum Rotterdam dus. De ontwikkeling liep uiteindelijk uit op een totale deceptie. Niet heel vreemd dat de rekenkamer daar dan ook uiterst kritisch over was. Om dit kritische beeld te ‘kantelen’ besloot de wethouder Financiën en grote projecten geheime stukken te lekken, met het voorspelbare gevolg van oplopende politieke spanningen binnen de muren van het Stadhuis, die uiteindelijk uitliepen op het vertrek van de wethouder, gevolgd door een formele aangifte door de gezamenlijke oppositie van een ambtsmisdrijf.

Op 6 juni jl. heeft het Openbaar Ministerie (OM) in een brief laten weten geen nader onderzoek in te stellen naar dit vermeende ambtsmisdrijf. Een vergrijp waarvoor in het uiterste geval overigens een jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd. Deze uitspraak van het OM is om twee redenen bijzonder.

In de eerste plaats omdat het OM weigert om een uitspraak te doen over de status van het door de wethouder gelekte stuk. Er liggen, zo stelt de hoofdofficier van Justitie immers, twee contraire meningen van derden over de status van het bewuste stuk. Een complicatie die overigens op zich vrij gemakkelijk is op te lossen door een gerenommeerde en onafhankelijke bestuursjurist te vragen om met een opvatting te komen. Maar daar voelt het OM niet veel voor, omdat “een jurist met een dergelijke kwalificatie waarschijnlijk niet is te vinden”. Die opvatting kan bijna niet kloppen en dus lijkt het OM hier wat om de hete brij heen te lopen. De consequentie van dit gedrag is dat er nu wel de nodige onduidelijkheid blijft bestaan over de interpretatie van wat wel en niet geheim is. Dat lijkt nergens over te gaan, maar het kan behoorlijke gevolgen hebben. Het lekken van geheime informatie is niet voor niets een serieus ambtsmisdrijf. Zo kan het lekken van geheime informatie de (commerciële) positie van derden raken. Ook kan er sprake zijn van reputatieverlies indien geheime informatie (voortijdig) uitlekt. Het helpt daarbij niet dat het college van B en W van de gemeente Rotterdam de mening is toegedaan dat informatie waarop geheimhouding is opgelegd na verloop van tijd kan verdampen, zonder dat er sprake is van een expliciet opheffingsbesluit. Op grond hiervan kan iedere belanghebbende, of hij of zij nu wethouder, fractievoorzitter of directeur van de rekenkamer is, blijkbaar een eigenstandige afweging maken en daarmee expliciet de belangen van anderen behoorlijk schaden. Dit zou toch onder alle omstandigheden moeten worden voorkomen.

In de tweede plaats huldigt het OM in haar brief van 6 juni jl. tevens de stelling dat de betrokken wethouder met het besluit om op te stappen feitelijk al voldoende is gestraft en dat het derhalve niet voor de hand ligt om dit feit te laten volgen door een strafrechtelijk traject. Hoewel eenieder zich daarbij iets kan voorstellen, is het wel de vraag of deze beslissing terecht is genomen. De wethouder is niet opgestapt om politieke redenen. Hij is opgestapt omdat er mogelijk sprake was van een strafbaar feit. Een feit waarop nadrukkelijk het strafrecht betrekking heeft (en niet het minder zwaar wegende bestuursrecht). Het zou plezierig zijn indien de rechter hier uiteindelijk een oordeel over zou kunnen vellen. In dat geval ligt er ook voor mogelijk toekomstige gevallen een helder afwegingskader. Dat wordt nu door de beslissing van het OM vooralsnog onmogelijk gemaakt en vormt daarmee een gemiste kans.

Is hiermee de kous af? Neen, nog lang niet. Een deel van de oppositie van de gemeenteraad van Rotterdam heeft immers aangegeven op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering een klacht in te dienen bij het gerechtshof voor niet-vervolging.

Wordt vervolgd dus en het is te hopen dat hiermee nu snel duidelijkheid wordt geschapen omtrent het feit dat geheime informatie toch echt geheim moet blijven totdat wordt besloten dat het niet meer geheim is. Logisch toch?

Paul Hofstra is directeur Rekenkamer Rotterdam.

Gepubliceerd op: woensdag 04 september 2019 om 13.41
Laatste bijgewerkt op: woensdag 04 september 2019 om 13.42