PLATFORM VOOR PUBLIC GOVERNANCE, AUDIT & CONTROL

TPC op

Sluit je aan bij de TPC Linked In-groep, neem deel aan discussies en ontmoet vakgenoten.
Naar Linked In

nieuws

Recensie: De waarde van alles, Onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie

Bron TPC 1 - 2019
Laatste bijgewerkt op donderdag 28 februari 2019 om 14.15
Print dit artikelE-mail dit artikel

 

Mariana Mazzucato, Nieuw Amsterdam 2018, 384 blz., ISBN 9789046823798.

Mariana is directeur van het UCL Institute for Innovation & Public Purpose(IIPP) van University College London . Haar vorige boek, De ondernemende staat , was ook al vernieuwend als het gaat om inzicht in de vraag waar waarde wordt gecreëerd. In onze economie wordt het onttrekken van waarde – het zich toe-eigenen van winsten – beter beloond dan het scheppen van waarde, wat de motor van een gezonde economie en samenleving is. Tussen 1975 en 2017 is het reële bbp van de VS ruwweg verdrievoudigd, de productiviteit nam met 60% toe, terwijl het reële loon van de Amerikanen gelijk bleef of daalde. Een kleine elite wist dus met de winst weg te kunnen lopen. In 2015 bedroeg het gecombineerde vermogen van de 62 rijkste individuen ongeveer evenveel als de armste helft van de wereldbevolking (3,5 miljard mensen). Doen we met elkaar misschien toch iets echt fout? Ze stelt voor de uitdaging van cynicus Oscar Wilde, die van alles de prijs kent maar van niets de waarde, achter ons te laten en een betere route te vinden, een economie van de hoop. 

We hebben ooit de ommezwaai gemaakt van de waarde die de prijs bepaalde, naar de prijs die de waarde bepaalde. Op datzelfde moment switchten economen van de sociale, filosofische connotatie van hun vak naar een meer natuurkundig wetenschappelijke connotatie. Ik herinner me dat toen ik economie studeerde in Groningen sociologische/institutionele economie door alle hoogleraren van de faculteit niet als serieus werd beschouwd. De specifieke waardeleer (intellectueel uitgeklede opvatting?) als die van aandeelhouderswaarde, waardeketens enz. werd als grondbeginsel van de economie gedefinieerd. Economen zagen rents (inkomen op kapitaal), onverdiend inkomen, vroeger volledig buiten de productiegrens en winst, daarentegen als verdiend inkomen wegens productieve activiteiten. De discussie over de optimale omvang van de overheid is zo gezien een erg politieke, die te vaak gevoed wordt met deze specifieke benadering van toegevoegde waarde.

Het eerste hoofdstuk gaat over hoe economen in de 17e en 18e eeuw dachten over het sturen van de groei door productieve krachten en het afremmen van improductieve. Hoofdstuk twee gaat in op het verschuiven van het denken naar het huidige. Het derde hoofdstuk behandelt de ontwikkeling van de nationale rekeningen. Economische actoren zijn erin geslaagd waardeonttrekkende activiteiten binnen het bbp meegeteld te krijgen. Hoofdstuk vier beschrijft de opkomst van de financiële sector en hoe deze in het midden van de vorige eeuw als ‘productief’ werd gedefinieerd. Hoofdstuk vijf behandelt het vermogensbeheerkapitalisme en de vraag in hoeverre actoren daar risico lopen en ‘verdienen’ wat ze krijgen. Als ons stelsel, waardeonttrekking daadwerkelijk waardeert alsof het waardecreatie is, kan het misschien bijdragen aan ons inzicht van de dynamiek van waardedestructie die de financiële crisis kenmerkte. Hoofdstuk zes gaat over de besmetting van de gehele economie door de financiële sector en het maximeren van aandeelhouderswaarde. 

In hoofdstuk zeven gaat het over de risico’s van innoveren en wie deze neemt. Het systeem van intellectuele eigendomsrechten (IER) heeft de positie van gevestigde instellingen versterkt en daarmee de innovatie afgeremd. Ondernemers en durfkapitalisten konden zich ten onrechte profileren als het meest dynamische element van de economie, terwijl ze waarde onttrokken. Google en Uber zijn platforms en netwerken die waarde onttrekken ten koste van bijvoorbeeld de chauffeurs die er minder door verdienen. Hoofdstuk acht beschrijft de, vaak ook (in het bbp niet meegetelde) waardescheppende, rol van de overheid. De overheid moet groot denken (overheid VS ging onder Kennedy naar de maan) en problemen aanpakken, haaks op de theorie van Public Choice. Het gebrek in het geloof van een productieve overheid werd selffulfilling prophecy, waardoor de overheid niet meer in zichzelf investeert. Hoofdstuk negen concludeert dat een echt debat over ‘waarde(creatie)’ ons denken over de economie op een hoger plan kan brengen. Zij doet dat overigens zonder te veronderstellen met de eigen inzichten de enig ‘correcte’ waardeleer te propageren. Misschien wel met het gevolg dat patenten weer innovatie gaan bevorderen in plaats van verstikken. Voorwaar een intrigerend en wetenschappelijk zeer goed verantwoord (meer dan zeventig pagina’s met literatuurverwijzingen) boek.

 

Gepubliceerd op: donderdag 28 februari 2019 om 14.15
Laatste bijgewerkt op: donderdag 28 februari 2019 om 14.15